VERKIEZINGSPROGRAMMA 2007-2011
CDA PROVINCIE GRONINGEN
Vertrouwen in Groningen, Vertrouwen in elkaar
De betrokkenheid van mensen met elkaar en met hun leefomgeving is de basis van onze samenleving.
Die betrokkenheid leidt tot waardevolle maatschappelijke initiatieven. De overheid, en zeker de provinciale, dient die initiatieven, waar mogelijk, te ondersteunen. Dit vereist ook oog voor 'het kleine' en het werken aan kleinschalige oplossingen. Hierbij moet de overheid het algemeen belang, deel- en persoonlijke belangen tegen elkaar afwegen. Bij de uitvoering moet de overheid betrouwbaar zijn en gevoel tonen voor de menselijke maat. Daardoor krijgen mensen begrip voor het beleid en voelen zich betrokken bij wat gebeurt in hun provincie.
De inwoners van provincie Groningen staan voor het CDA centraal. Het CDA wil dat de provinciale overheid het 'creatieve zelfvermogen' van individuen, stichtingen en verenigingen, maar ook van bedrijven en samenwerkingsverbanden stimuleert. De samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers is hiervoor noodzakelijk, zodat samen wordt gewerkt aan een zichtbare, toekomstgerichte provinciale overheid.
Het CDA wil een duurzame ontwikkeling van onze provincie. Een provincie waar we met en naast elkaar leven in gezamenlijkheid en met wederzijds respect. Waar inwoners een plezierige leefomgeving ervaren, waarin zij actief participeren en hiertoe worden uitgedaagd.
Daarom zet het CDA in op:
- voldoende en goed overleg met inwoners en organisaties;
- goed toegankelijke en bereikbare voorzieningen;
- zorg dicht bij de mensen en aansluitend bij de behoeften;
- ons landschap;
- veiligheid;
- economische ontwikkeling;
- ontsluiting van Stad en Ommelanden.
Het CDA
Het CDA is een moderne christen-democratische volkspartij. Het CDA richt zich in haar politiek handelen op vier principes: rechtvaardigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap. De betekenis van het Evangelie inspireert daarbij in de vertaalslag naar het politiek handelen. Het CDA heeft een geheel eigen plek in de politiek: een sterk sociaal gezicht op sociaal-economische onderwerpen, degelijk en betrouwbaar als het gaat om besteding van overheidsgeld en respectvol en bewust ten aanzien van fatsoensnormen en waarden.
1. Welzijn en cultuur
Het CDA zet in op een samenleving waar wederzijds respect is, waar mensen zich met elkaar verbonden voelen en waarin zij actief participeren. Groningen heeft ‘goud' in handen op het gebied van historie, cultuur, ruimte en natuur. Dit moeten we koesteren en behouden.
Vrijwilligerswerk
Onze provincie telt een groot aantal verenigingen met vele vrijwilligers. Ook bij zorginstellingen en in het jeugdwerk zijn vrijwilligers actief. Hun inzet vergroot de leefbaarheid van dorpen en wijken zodat mensen, die dat nodig hebben, steun en begeleiding krijgen. Vrijwilligerswerk is de "smeerolie" van onze samenleving. Het CDA wil het vrijwilligerswerk over de volle breedte stimuleren.
Het CDA wil dat:
- de provinciale inzet op vrijwilligerswerk onverkort doorgaat;
- overbodige en knellende regelgeving rond het verenigingsleven en het vrijwilligerswerk wordt weggenomen. De veiligheid van de vrijwilliger en de deelnemers moet echter voldoende gewaarborgd blijven;
- verjonging van het vrijwilligerskorps aandacht krijgt door leerlingen en studenten hiermee kennis te laten maken. De provincie moet scholen stimuleren om vrijwilligerswerk op te nemen in het onderwijsprogramma.
Sport
In Groningen is door de provincie en gemeenten een uniek sportstimuleringsinstrument opgezet: het ‘Huis voor de Sport'. Het ondersteunt verenigingen bij het verbeteren van hun organisatie en het bieden van een goed programma. Het ‘Huis voor de Sport' stimuleert sportdeelname door jeugd, senioren en mensen met een handicap. Het CDA staat hier helemaal achter. Het CDA wil dat topsport en breedtesport gestimuleerd wordt, immers topsportevenementen geven extra glans aan het imago van Groningen.
Het CDA wil dat:
- de provinciale overheid doorgaat met het ‘'Huis voor de Sport'. Sport en beweging op basisscholen blijft daarin een belangrijk onderdeel;
- sportverenigingen kunnen beschikken over accommodaties die voldoen aan de eisen van deze tijd. Het provinciaal Sportaccommodatiefonds (PAF) moet verenigingen in staat stellen om hun accommodaties in goede staat te houden;
- de provincie bijdraagt aan een goed klimaat voor topsport door middel van stimuleringsbijdragen aan multifunctionele topsport-, trainings-, revalidatie- en onderzoeksaccommodaties.
Asielbeleid en Integratie
Het CDA ondersteunt een sterk integratiebeleid. Burgers die uit andere landen afkomstig zijn, maar ook jongeren die hier geboren zijn en allochtone ouders hebben, moeten kennis hebben van de Nederlandse taal, normen, gebruiken en de geschiedenis van ons land.
Het CDA wil dat:
- de provincie in de toekomst haar aandeel in de opvang van asielzoekers blijft nemen;
- de provincie een actief ondersteunend beleid voert ten behoeve van de Groninger gemeenten, waar het gaat om het onderwijs en zorg voor asielzoekers;
- gemeenten, provincie en minderhedenorganisaties samen een taakstellend taal- en inburgeringprogramma opzetten. Dit moet een kennismaking zijn met onze cultuur, democratie en geschiedenis. Ook moet uitleg omtrent de onze rechtstaat, burgerrechten en -plichten hierin worden opgenomen;
- de participatie van migranten en asielzoekers wordt bevorderd door een actieve deelname aan verenigingen, platforms en activiteiten en dat verenigingen gestimuleerd worden zich daarvoor actief open te stellen.
Cultuur, kunst en erfgoed
Groningen heeft een rijke culturele historie en een actief cultureel leven. Het CDA vindt het belangrijk om dit te behouden. Het ‘Verhaal van Groningen', oftewel ‘de rijkdom en de dynamiek van de eigen regio' moeten we meer en beter presenteren. Dit vergroot de aantrekkingskracht van onze provincie en versterkt onze identiteit. Uitgangspunt voor het CDA is dat kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk is.
Het CDA wil:
- de stad Groningen neerzetten als eerste culturele hoofdstad van Nederland in 2009;
- realisering van het Groninger Forum aan de Grote Markt. Dit is een prima instrument om het ‘Verhaal van Groningen' te vertellen;
- het Groninger Museum mogelijkheden bieden om haar positie en uitstraling verder te versterken. De subsidierelatie dient te worden herzien, zodanig, dat er naast de bestaande basissubsidie, ruimte is voor projectsubsidies gericht op evenementen;
- specifieke aandacht voor de Groninger orgelcultuur, oude kerken, kloosters en vestingmusea;
- voortzetting van steun voor de Groninger taal. Het ‘Huis van de Groninger Cultuur' is hierin een waardevolle en onmisbare partner, mede voor het stimuleren van nieuwe streektaal-uitingen in theater, popmuziek en literatuur;
- amateurkunst ondersteunen door middel van de Regionale Cultuurplannen. Hierin moet aandacht zijn voor regio- overschrijdende projecten en projecten met een grote uitstraling;
- podia voor moderne theater- en toneelproducties ondersteunen;
- beginnende kunstenaars ondersteunen met atelierruimte;
- basisschoolleerlingen vroeg kennis laten maken met kunst en cultuur. Dit kan door de inzet van Kunststation C en IVAK en door het waarborgen van de leerlingbijdrage. Hierdoor worden basisscholen gestimuleerd om cultuur in hun onderwijsprogramma op te nemen;
- bevorderen dat ook leerlingen uit het vmbo in aanraking komen met kunst en cultuur. Zij is bereid om hiervoor in gesprek te gaan met scholen, bezien in hoeverre dit in het onderwijsprogramma is geïntegreerd en welke verbeteringen mogelijk zijn.
- meer aandacht voor de cultuurhistorische waarde van het landschap en de typisch Groninger bebouwing daarin door het opzetten van een 'Cultuur-Historische-Hoofdstructuur';
- beeldbepalende bebouwing op het platteland behouden door restauratie- en renovatieachterstanden in te lopen door middel van een in te stellen renovatiefonds en leegstaande en vrijkomende gebouwen een passende bestemming geven;
- de streekgebonden architectuur (boerderijen, boerenschuren, woningen) integreren in de nieuwbouw. De provincie moet daarvoor een stimuleringsprijs instellen;
- de regionale omroep ondersteunen.
2. Zorg
Verantwoordelijkheid dragen en nemen voor elkaar is voor het CDA een basiswaarde in onze samenleving. Het CDA vindt dat zorg voor iedereen gelijkwaardig beschikbaar moet zijn. Dit omvat ook de zorg voor onze veiligheid en zorg voor onze jeugd.
Basiszorg
Basiszorg is de zorg voor gezondheid en welzijn. Zorgvragers, mensen met een handicap en chronisch zieken en senioren willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Deze kans moet hen geboden worden. Mantelzorg is hierbij belangrijk. Naasten moeten de mogelijkheid hebben om deze zorg te geven. Door het bieden van goede voorzieningen en ondersteuning, moeten belemmeringen voor mantelzorgers zoveel mogelijk worden weggenomen.
Het CDA wil:
- voortbestaan van alle streekziekenhuizen en spoedpoli's en goede bereikbaarheid van huisartsen en ambulancediensten, ook in de regio's;
- realisering van integrale lokale loketten, waar burgers met zorgvragen terecht kunnen. Deze loketten zijn in de WMO (Wet Maatschappelijk Ondersteuning) voorzien. Door middel van een provinciaal digitaal netwerk, opgezet door provincie, gemeenten, corporaties en zorgverleners, moet bij het lokaal zorgloket direct inzichtelijk zijn, waar een zorgvrager terecht kan voor de door hem gewenste informatie;
- een dekkend netwerk van mantelzorgsteunpunten en zorgposten (steunstee's), wat past binnen de doelstellingen van de WMO, gefinancierd uit een zorgstimuleringsfonds van 0,75 miljoen euro per jaar. Aanvullend moet de ontwikkeling worden gestimuleerd van voorzieningen, waardoor mensen werk en zorg beter kunnen combineren;
- stimuleren dat patiëntenorganisaties waaronder Zorgbelang Groningen (samenwerkende patiënten en consumentenorganisaties) de uitvoering van de WMO kunnen volgen en waar nodig bij sturen;
- een sterke toename van het aantal woningen voor senioren en zorgvragers. Het huidige tekort zal door middel van productieafspraken met gemeenten en corporaties moeten worden weggewerkt. De bouw van kleinschalige groepswoningen, meergeneratiewoningen (kangoeroewoningen) moet worden gestimuleerd. De provincie moet hiertoe het initiatief nemen, woningcorporaties hierop aan spreken en mogelijk een stimuleringssubsidie ter beschikking stellen. Voor kleinschalige woonzorgcombinaties moet jaarlijks een investeringssteun van 1 miljoen euro beschikbaar komen;
- de ontwikkeling van consultatiebureaus voor senioren en het aanstellen van seniorenadviseurs;
- dat de sociale veiligheid voor senioren wordt bevorderd. Dit kan door gerichte inzet van thuistechnologie (bijvoorbeeld een alarmknop, intercomverbinding met zorgpunt);
- bestrijding van armoede, en daarmee de noodzaak van het bestaan van voedselbanken weg nemen, door een gericht actieprogramma op provinciaal niveau in samenwerking met de gemeenten
- binnen het provinciaal vervoersbeleid expliciet aandacht voor mobiliteit in de regio's (zie ook ‘Bereikbaarheid en vervoer' op pagina 8).
- het provinciaal project ‘tegengaan huiselijk geweld' ondersteunen.
Jeugd
Met de meeste jongeren gaat het in Groningen goed. Dat mag ook wel eens worden gezegd. Dit is te danken aan de opvoeding door de ouders, gedegen onderwijs en het werk van de vele sport-, jeugd-, jongeren- en kerkelijke organisaties. Ook jongeren kunnen veel zelf organiseren als zij een kleine steun in de rug krijgen. Toch zijn en blijven er kinderen en groepen jeugdigen, waarvoor extra zorg en ondersteuning nodig is.
Het CDA wil;
- het jeugdwerk versterken en een helpende hand bieden door middel van verdergaande ondersteuning van het lokale jeugdwerk door het instellen van een tijdelijke stimuleringsregeling;
- dat de versnippering in de jeugdzorg verdwijnt. De gemeente moet de totale coördinatie en verantwoordelijkheid dragen voor de jeugdzorg. De WMO biedt hiervoor handvatten. De provincie kan met het inzetten van ‘vliegende brigades' gemeenten helpen om lokaal jeugdbeleid op te zetten;
- dat er op elke basisschool een zorg-adviesteam is. Hierin werken diverse hulpverleners, school, GGD, politie en justitie samen. Een kind wordt gedurende zijn of haar ontwikkeling gevolgd op basis van alle beschikbare informatie. Deze informatie staat bij voorkeur vermeld in een elektronisch dossier;
- een elektronisch dossier dat beschikbaar is voor alle jeugdzorg gelieerde instanties, zodat miscommunicatie, bij doorverwijzing of verhuizing, voorkomen wordt;
- de vergoeding voor pleeggezinnen verhogen in geval van ernstige probleemsituaties;
- dat ouders, desgewenst, hulp kunnen krijgen bij de opvoeding van hun kind(eren), door te zorgen dat zij met hun vragen, naast de lokale Centra voor Jeugd en gezin, ook terecht kunnen bij een provinciaal informatiepunt;
- directe hulp bieden aan kinderen, die het slachtoffer zijn van geweld, of in crisissituaties verkeren. Hierin mag geen wachtlijst zijn.
- De provincie stimuleert gemeentes om samen te werken op het gebied van alcohol- en drugspreventie.
Veiligheid
Veiligheid speelt op vele gebieden en iedereen heeft er mee te maken. Belangrijk hierin is de veiligheidsbeleving, die door kleine incidenten negatief beïnvloed kan worden. Geweld op straat, geweld binnen het gezin, criminaliteit en verloedering mag daarom niet geaccepteerd worden. Veiligheid is ook direct verbonden met thema's als verkeer, milieu en water.
Het CDA wil:
- burgerinitiatieven op het gebied van veiligheid op straat-, wijk- en dorpsniveau stimuleren;
- de buurtagent behouden en de samenwerking tussen scholen, hulpverleners en politie en justitie bevorderen;
- versterkt doorgaan met ‘sociale' wederopbouw van kwetsbare stadswijken via de ‘Heel de buurt' aanpak en een harde aanpak van criminaliteit en overlast;
- versterkt inzetten op handhaving en dit zichtbaar maken;
- bevorderen, dat gemeenten werken aan een opgeruimd en mensvriendelijk straatbeeld;
- bij inrichtings- en bestemmingsplannen in een vroegtijdig stadium veiligheidsaspecten betrekken (veiligheidseffectrapportage);
- verbetering van de verkeersveiligheid (zie ‘Bereikbaarheid en vervoer' op pagina 8)
- bescherming tegen de gevaren van water (zie ‘Water 'op pagina 10)
3. Bedrijvigheid, leren en werken
De economische recessie, die Nederland de afgelopen jaren in de greep heeft gehouden, heeft het noorden minder geraakt dan in het verleden. Dit is voor een belangrijk deel te danken aan het gevoerde regionaal economisch beleid van de afgelopen periode. Door dit zogenaamde KOMPAS- beleid is een deel van de achterstand van het Noorden ten opzichte van de rest van Nederland ingelopen. Er zijn ontwikkelingen gaande, waar de provincie verder van kan profiteren. De energiesector en de logistiek bieden nieuwe kansen. Desondanks blijft de werkgelegenheid een zorg. Het CDA vindt dat de provinciale overheid moet blijven inzetten op de motor van de werkgelegenheid, het MKB. Daarnaast is het vooral van belang om te blijven investeren in mensen.
Onderwijs en arbeidsmarkt.
Met de universiteit, hogescholen en opleidingscentra heeft Groningen een divers en hoogwaardig scholingsaanbod. In de huidige ‘lerende' maatschappij' neemt het belang van scholing verder toe. Naast het verkrijgen van aansluiting met de toekomstige werkplek, is ook de continue scholing van werkenden nodig. Praktijkscholing blijft daarin van essentieel belang.
Het CDA wil:
- de samenwerking en aansluiting tussen de aanwezige kennisinstellingen, opleidingsinstituten, vakcentra en het bedrijfsleven optimaliseren, door het opstellen en uitvoeren van een meerjarig kennis- en innovatieplan. Hierdoor kan vraag en aanbod van kennis en vaardigheden van potentiële werknemers op elkaar worden afgestemd. Andere mogelijkheden zijn het opzetten van meer leerwerktrajecten en het opzetten van een onderwijsprogramma ‘Op bezoek bij een bedrijf', waardoor docenten een goed beeld verkrijgen van de beroepspraktijk;
- een onderzoek naar de meerwaarde van een provinciale werkgroep (taskforce) jeugdwerkloosheid
- gemeenten stimuleren om actief te investeren in onderwijs en opleiding;
- een fonds opzetten om buitenlands talent aan te trekken;
- oprichting van een ICT Academie.
- dat de provincie zich blijft inzetten voor lopende projecten op het gebied van aanbestedingen en het creëren van stageplaatsen.
Midden- en kleinbedrijf
Om onze werkgelegenheid op peil te houden, vindt het CDA inzet voor het MKB, de motor van onze economie, van groot belang. Ook zijn kleinschalige bedrijven belangrijk voor de leefbaarheid van kleine kernen. Toerisme en recreatie is een opvallende bedrijfstak binnen het MKB. Zij heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld en biedt nog steeds grote kansen.
Het CDA wil:
- dat de provinciale overheid met de ondernemers in gesprek gaat om te horen waar zij ondersteunend kan optreden. Zij kan dit vertalen in een praktische aanpak en gebiedsgerichte investeringsplannen. Daar waar noodzakelijk zullen subsidiemogelijkheden ingezet worden voor onderzoek en investeringen;
- mogelijkheden bieden aan kleinschalig lokale bedrijven, onder meer door het bevorderen van de realisering van bedrijfsverzamelgebouwen;
- vermindering van de (provinciale) regeldruk voor ondernemers en het schrappen van onnodige regels in subsidieregelingen;
- stimulering van export van regionale producten;
- Europese aanbestedingen aankondigen op de website van de provincie Groningen, zodat deze direct onder de aandacht komen de Groninger bedrijven;
- een goede bereikbaarheid en ontsluiting van de regio's (zoals beschreven in ‘Bereikbaarheid vervoer' op pagina 8);
- een goede economische infrastructuur met moderne bedrijventerreinen en een provinciedekkend glasvezelnet;
- specifiek voor toeristische en recreatieve MKB bedrijven voortzetting van subsidieregelingen zoals de KITS-regeling (voor kleine investeringen in de toeristische sector);
- een goede promotiecampagne voor de gehele provincie in binnen- en buitenland;
- toerisme en recreatie verder versterken door de aanleg van specifieke voorzieningen voor senioren, het optimaliseren van de infrastructuur van fiets- en wandelpaden en een verdere versterking van de samenwerking tussen de diverse partijen (musea, borgen en dergelijke). Ook kan Groningen zich ontwikkelen tot sportvisprovincie door een goede samenwerking met de hengelsportfederatie Groningen/Drenthe en voldoende aandacht voor de sportvisserij in het promotiebeleid van de provincie.
Landbouw en visserij
De landbouw is en blijft voor het CDA een belangrijke sector. Groningen is een landbouwprovincie bij uitstek. De sector draagt fors bij aan de (regionale) economie en het beheer van natuur en landschap. Het CDA zet in op een duurzame ontwikkeling van land- en tuinbouw in evenwicht met natuur en landschap. Binnen onze provincie is er ruimte voor diverse typen landbouw. Kansen zijn er voor voortgaande schaalvergroting, biologische landbouw en landbouwverbreding.
Het CDA wil:
- behoud van hoogwaardige landbouwgrond voor landbouwtoepassingen. Het in grote mate omzetten naar andere bestemmingen moet voorkomen worden;
- ruimte voor de ontwikkeling van de agrarische bedrijven. Voor schaalvergroting zal vergroting en flexibilisering van de bouwblokken doorgevoerd worden en voor landinrichting en kavelruil zal voldoende geld beschikbaar moeten zijn. In gebieden waar landbouw in verwevenheid met andere functies wordt uitgeoefend, zal verbreding van het agrarisch bedrijf worden gestimuleerd. Initiatieven en voorbeeldprojecten zullen, evenals marktgerichte ontwikkeling van de biologische landbouw, worden ondersteund;
- (financiële) ondersteuning van scholingstrajecten en technologisch onderzoek waaronder biotechnologie en behoud van de bestaande expertisecentra;
- stimulering van productie van nieuwe teelten en biomassagrondstoffen en inzet voor het in ketenverband telen van onder andere zetmeelaardappelen en suikerbieten;
- de verwerking van landbouwproducten in de provincie Groningen behouden en zo mogelijk uitbreiden. Projecten die mogelijkheden vergroten voor de afzet en distributie zullen worden ondersteund;
- dusdanige herbestemming van leegstaande en leegkomende agrarische bedrijfsgebouwen dat deze de bedrijfsontwikkeling van bestaande bedrijven niet in de weg gaat staan,
- daarbij de mogelijkheden onderzoeken in hoeverre een herbestemming van deze bedrijfsgebouwen ten behoeve van het landbouwgerelateerde bedrijfsleven, passend binnen het karakter van het betreffende gebied, mogelijk is;
- aandacht voor de visserij, waarbij het provinciale beleid de haven van Lauwersoog zodanig moet ondersteunen, dat de visafslag voldoende mogelijkheden krijgt om zich te blijven ontwikkelen in een veranderend Europees visserijbeleid.
- ruimte geven aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van nieuwbouw van agrarische gebouwen. Waar deze duidelijk conflicteren met de omgeving dient een passende erfbeplanting te worden aangebracht.
Energie
Door het 'Gas van Slochteren' is Groningen bekend als energieregio. Deze positie kan verder worden versterkt. Het CDA zet in op duurzame energie met biobrandstof als belangrijke pijler. Groningen heeft de potentie om uit te groeien tot dé Provincie voor energie uit biomassa. De Eemshaven zal bij realisering van energieprojecten een belangrijke positie in gaan nemen.
Het CDA wil:
- een energiebesparing van 2% per jaar vanaf 2010, of zoveel eerder als mogelijk is;
- het gebruik van aardgas en biobrandstoffen stimuleren binnen het verkeer. De benodigde infrastructuur moet hiervoor worden aangelegd. Met name het provinciale en stedelijk openbaar vervoer moet worden gestimuleerd om over te schakelen op biobrandstof;
- verdere stimulering van onderzoek en ontwikkeling (R&D) en het oprichten van een Park Biomassatechnologie;
- de mogelijkheden en ruimte van de Eemshaven benutten voor de energiesector. Mogelijkheden zijn de aanleg van een LNG Terminal (vloeibaar gas) en de bouw van de aangekondigde nieuwe energiecentrale;
- opstart van een Noordelijk fonds voor kleinschalige ontwikkelingen. Het MKB moet hieruit subsidie kunnen krijgen om innovatieve ideeën verder te ontwikkelen;
- opslag van aardgas in lege gasvelden, waardoor Groningen een knooppunt voor de voorzieningszekerheid in West-Europa kan worden.
- dat de provincie toeziet, dat, daar waar schade ontstaat als gevolg van gaswinning, er optimaal gebruik wordt gemaakt van de bestaande schaderegelingen en vergoedingen.
- geen kerncentrales in ons gebied.
Bereikbaarheid en vervoer
De uitbreiding van de Europese Unie biedt Noord-Nederland de kans om te fungeren als schakel tussen west- en noordoost Europa. Groningen kan daarin een belangrijke (economische) rol spelen. Het CDA vindt het van groot belang dat de ontsluiting in beide richtingen wordt geoptimaliseerd. Ontsluiting is ook cruciaal voor de economische ontwikkeling van de regio's en de Eemshaven. Verkeersveiligheid blijft hierin een belangrijk aspect.
Het CDA wil:
- optimalisering van het (openbaar) vervoer door: - gezamenlijke infrastructuurprojecten ten behoeve van de zogenaamde ‘noordoost Corridor'. Hierbij hoort naast het vracht- en privé-vervoer de treinverbinding tussen Groningen en Leer. Deze kan onderdeel worden van het Trans Europees Netwerk. - dat onderzoek wordt gedaan naar een ‘vier keer per uur'- treinverbinding met de Randstad, naar realisatie van een treinverbinding tussen Groningen en Veendam/Wildervank en een spoorverbinding tussen Delfzijl en Veendam, waardoor Rail Service Centrum Groningen (RSCG) kan worden verbonden met de havens; - evaluatie van de gevolgen van de aanbesteding van het busvervoer in 2004, waarbij toen is gekozen voor OV-aanbod in de spits. Het CDA wil de effecten van deze keuzes actief volgen en daar waar nodig bijstellen;
- de ontwikkeling van de Eemshaven stimuleren door de volledige aanleg van een Short-Sea Havenbekken, het bevorderen van samenwerking met de diverse logistieke knooppunten (RSCG, Groningen Airport) en een onderzoek naar een vergaande samenwerking tussen de Groninger zeehavens en Duitse havens.
- de baanverlenging van Groninger Airport realiseren en meer vluchten toestaan, waarbij nachtvluchten moeten worden beperkt;
- de doorstroming op de ringweg van Groningen vergroten door het ongelijkvloers maken van de kruisingen en de maximumsnelheid te verhogen naar vooralsnog 80 km/u;
- realisering van het nieuwe tracé Groningen-Winsum/Mensingeweer en een onderzoek naar een nieuwe verbinding tussen de Eemshavenweg en de N360 van Groningen naar Delfzijl om dorpscentra te ontlasten;
- een versterkt streven naar veiligheid op de wegen (ook voor motorrijders en fietsers). Dit door een wegmarkering toe te passen die stimuleert tot rustig rijgedrag en daar waar mogelijk rotondes toe te passen. De wegmarkering, die de maximale snelheid aangeeft, moet consequent worden toegepast. Hierover moet meer voorlichting gegeven worden, omdat bij weggebruikers daarover nog veel onduidelijkheid blijkt te bestaan.
4. Ruimtelijke ontwikkeling en milieu
Bij de invulling van onze woon-, werk- en leefomgeving is duurzaamheid voor het CDA van groot belang. Dit is te realiseren door in contact te gaan met burgers, het bedrijfsleven en andere groeperingen en hun wensen en eisen te betrekken bij de ontwikkeling van onze ruimte.
Provinciaal Omgevingsplan (POP)
In 2007 wordt begonnen met het opstellen van het nieuwe Provinciaal Omgevingsplan. Het CDA vindt dat het POP, net als de vorige keer, via een interactief proces tot stand moet komen. Op basis van de ervaringen van het huidige POP moet worden bepaald welke belemmeringen in de regelgeving kunnen worden weggenomen. Het CDA vindt het een interessante uitdaging om de eigen provinciale regelgeving tegen het licht te houden.
Het CDA wil:
- aandacht voor de eigenheid van de regio's. In de komende jaren moet daarbij nadrukkelijk verder worden ingezet op:
- de Veenkoloniën als het gaat om economische impulsen d.m.v. woningbouw en stimulering van het MKB;
- de economische ontwikkeling van de Eemsdelta met energie als pijler;
- de ontwikkeling van het Lauwersmeer om daardoor de haven en toeristische activiteiten tot bloei te laten komen;
- de infrastructurele ontsluiting van de stad Groningen.
- het systeem van kernzones handhaven voor grootschalige bedrijvigheid. Kleinschalige bedrijvigheid past ook in en bij dorpen;
- dat bewoners invloed kunnen uitoefenen op hun leefomgeving. Dit kan door de Vereniging Groninger Dorpen en bewonersraden te stimuleren in het ontwikkelen van dorpsvisies en dorpsomgevingsplannen;
- een verantwoorde inpassing van de voorstellen die zijn gedaan in de voorgaande hoofdstukken.
Wonen
Woon- en zorgbehoeftes vallen steeds meer samen. Senioren en zorgvragers willen zo lang mogelijk in de voor hen vertrouwde omgeving zelfstandig (blijven) wonen. Het CDA vindt het belangrijk dat dit mogelijk is, ook in de dorpen. Hetzelfde geldt voor jongeren, ook zij moeten daar passende woonruimte kunnen vinden.
Het CDA wil:
- een gevarieerder woningaanbod door meer te bouwen voor het middensegment (starters en doorstarters) en bijzondere groepen (senioren, mensen met een beperking, enz.). Ook moeten de mogelijkheden voor meer-generatiewoningen en voldoende kwalitatief goede en betaalbare sociale huurwoningen worden gewaarborgd. ‘De vliegende brigades' (ondersteuning van gemeenten door provinciale medewerkers) moeten voor dit doel in stand worden gehouden;
- dat in ‘bouwstromen' de ontwikkeling van brede dorps- en wijkvoorzieningen meegenomen wordt en dat de investeringssteun hiervoor wordt voortgezet;
- door de toekenning van extra woningcontingenten gemeenten stimuleren ook in kleine dorpen te bouwen;
- versterkt doorgaan met ‘sociale' wederopbouw van kwetsbare stadswijken via de ‘Heel de buurt'-aanpak; niet alleen slopen, maar ook in de omgeving passende nieuwbouw realiseren
Natuur en landschap
De afgelopen tien jaar is fors in natuurontwikkeling geïnvesteerd. Er is veel vooruitgang geboekt, echter de ‘rijksgelden' voor aankoop worden schaarser. Voor het CDA gaat kwaliteit voor kwantiteit.
Het CDA wil:
- vasthouden aan de vastgestelde EHS (ecologische hoofdstructuur) en geen uitbreiding hiervan met nieuwe verbindings- en bufferzones. Bij verwerving van gronden is vrijwilligheid het uitgangspunt. De verworven natuurgebieden moeten zich goed kunnen ontwikkelen en toegankelijk worden gemaakt voor recreatieve doeleinden (wandelen, fietsen, varen). Het beheer van de nieuwe natuur mag, tegen redelijke vergoedingen, in handen worden gegeven van agrariërs;
- instandhouding van beeldbepalende objecten, kerken, molens, boerderijen enz., die waardevol zijn voor de kwaliteit van het landschap. Het beheer daarvan zal voor de toekomst dienen te worden gewaarborgd. Wijziging van de bestemming is soms noodzakelijk;
- geen landschapsvervuiling, zoals reclameborden en lichtvervuiling;
- een onverkorte handhaving en uitvoering van het in het huidige PKB-Waddenzee (planologische kernbeslissing) vastgestelde beschermingsniveau en streven naar plaatsing van de Waddenzee op de werelderfgoedlijst. Met de middelen uit het Waddenfonds dienen de versterking van de natuurwaarde in en rond de Waddenzee en de toeristische ontwikkeling van de Waddenregio te worden gestimuleerd.
Milieu
De bescherming en verbetering van ons milieu - lucht, water en bodem - is een zaak van het gedegen toepassen van bestaande wetten en regels. Dat moet nauwkeurig en deskundig gebeuren. Het CDA vindt dat er milieurendement te behalen is door al bij investeringen uit te gaan van de principes van duurzaamheid en ketenbeheer.
Het CDA wil:
- extra aandacht voor het toezien op milieuhandelingen van bedrijven en instellingen;
- concrete toepassingen van de principes van duurzaamheid en ketenbeheer ontwikkelen. Op basis daarvan worden concreet handhaafbare richtlijnen gehanteerd;
- wind- en zonne-energieproductie stimuleren. Plaatsing van windmolens kan daar waar industriële activiteiten zijn met inachtneming van horizonvervuiling;
- geen opslag van radioactief en chemisch afval in onze bodem.
Water
De afgelopen periode zijn maatregelen voorbereid om het gewenste veiligheidsniveau voor extreme noodsituaties uiterlijk in 2015 te realiseren. Deze maatregelen zijn nu in uitvoering of staan op stapel. Het CDA maakt zich zorgen over de steeds hogere waterschapslasten. Samenwerking in de waterketen, tussen gemeenten, waterschappen en waterbedrijven, dient te worden bevorderd.
Het CDA wil:
- zich vooral inzetten voor maatregelen in het kader van kleinschalige bergingsgebieden en het bovenstrooms vasthouden van water;
- in beginsel 1 veiligheidsniveau realiseren voor alle burgers en bedrijven;
- investeren in de kwaliteit van het oppervlaktewater in relatie tot de toegevoegde waarde ten aanzien van gevestigde functies (natuur, recreatie, industrie en landbouw);
- de positie van de waterschappen niet ter discussie stellen, omdat deze als functioneel bestuur nog steeds een belangrijke functie vervullen. Wel zal de komende tijd moeten worden bekeken welke taken naast het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer het waterschap wel en niet moet oppakken. Daarbij blijft de veiligheid prioriteit houden.
5. Burger en bestuur
De provinciale overheid moet burgers bij haar functioneren betrekken en initiatieven vanuit de maatschappij, waar mogelijk, ondersteunen. De overheid moet het algemeen belang, deel- en persoonlijke belangen tegen elkaar afwegen. Bij de uitvoering is de menselijke maat van belang en burgers moeten kunnen rekenen op een provinciebestuur dat integer en controleerbaar is. De ondersteuning van gemeenten is een wezenlijke taak van de provinciale overheid. De provincie moet samenwerking tussen verschillende instanties, bedrijven, verbanden en overheden stimuleren.
Het CDA wil:
- het burgerinitiatief ondersteunen;
- dat de vastgestelde gedragscode wordt geëvalueerd op haar strekking, werking en effectiviteit;
- een versterking van het lokale bestuur en de lokale democratie realiseren door gemeenten te ondersteunen (financieel of anderszins) bij het vergroten van hun slagkracht. De provincie moet onderzoeken hoe zij deze ondersteunende en adviserende taak kan intensiveren wanneer gemeenten daar om vragen. Op deze wijze is het mogelijk dat gemeenten hun bestuurlijke zelfstandigheid op een kwalitatief goede wijze kunnen handhaven. Het CDA is in beginsel terughoudend tegen pogingen om gemeenten op te heffen, te splitsen of samen te voegen, indien daarvoor geen of onvoldoende steun is bij de afzonderlijke betrokken gemeenten. In de ogen van het CDA moeten er zeer zwaarwegende redenen zijn (zoals in het geval van de Blauwe stad) om een herindeling te bevorderen. Het gaat immers om de eigen overheden die voor lokale samenlevingen en burgers dikwijls een bijzondere waarde vertegenwoordigen;
- dat de provinciale overheid burgers meer betrekt bij haar functioneren. Dit door goede en toegankelijke voorlichting en informatievoorziening. De bekendheid van de provinciale overheid dient te worden vergroot, zeker bij jongere Groningers. Een mogelijkheid is een tentoonstelling, waarin de eeuwenoude band tussen de Groningse samenleving en haar overheid in beeld wordt gebracht;
- dat de provinciale overheid, meer dan tot nu toe nog het geval is, samen met de stad Groningen (en regio's) op gaat trekken bij het aantrekken en in stand houden van activiteiten en voorzieningen. Ook de samenwerking met beide buurprovincies moet worden gezocht en gehandhaafd, om gezamenlijk als lobby- en drukgroep te kunnen optreden. De provincie Groningen als zelfstandige eenheid staat voor het CDA daarbij niet ter discussie. Met steden en streken in noordwest-Duitsland kan de samenwerking worden geïntensiveerd, daar waar dat wederzijdse voordelen kan opleveren;
- de relatie tussen provinciale en gedeputeerde staten verhelderen in de vorm van een protocol. De verstrekking van informatie (met name de actieve informatieplicht), de behandeling van de begroting en de kaderstellende taak van provinciale staten moeten daarin opgenomen worden. Na de invoering van de dualisering van het provinciale bestuur zijn deze zaken namelijk nog onvoldoende uitgewerkt.
6. Financiën en organisatie
Organisatie
De provinciale ambtelijke organisatie is de afgelopen jaren ingekrompen en gemoderniseerd, waarbij oplossingsgericht werken en regievoering centraal zijn komen te staan. Die ontwikkeling moet met kracht worden voortgezet. Bij de uitstroom van werknemers en de werving van nieuwe medewerkers moet daarom op benodigde kwaliteiten worden gestuurd en geselecteerd. Ook moet voortgaand worden geïnvesteerd in scholing van medewerkers.
Financiën
De provincie Groningen voert een gedegen financieel beleid. Het CDA wil voortzetting daarvan. De volgende uitgangspunten staan daarbij centraal:
- een structureel sluitende meerjarenbegroting;
- handhaving van algemene reserves op het huidige niveau;
- voldoende flexibiliteit in de begrotingen;
- vervreemding van de aandelen Essent, waarbij middels (gedeeltelijke) herbelegging of op andere wijze minimaal het uitgekeerde dividend in de afgelopen periode zeker wordt gesteld.
Voor een gezond financieel beleid is het in de ogen van het CDA eveneens noodzakelijk dat het eigen provinciaal belastingdomein en de hoogte daarvan in tact blijft. Er dient een directe relatie te bestaan tussen de verhoging van provinciale belastinginkomsten en provinciale uitgaven. Zo weet de burger waar zijn geld aan wordt uitgegeven en kan de provincie verantwoording afleggen. Indien de opcenten op de motorrijtuigbelasting verdwijnen, dient daarvoor een vervangende belastingmaatregel te worden ingevoerd.
Het CDA heeft in dit programma voor de volgende vier jaar een aantal prioriteiten neergezet. Voor de financiering van dit nieuwe beleid kiest het CDA (in deze volgorde) voor de volgende dekkingswijze:
- uitkering van het dividend van de aandelen Essent of bij vervreemding de herbelegging daarvan;
- aanwending van het rekeningresultaat;
- herschikking binnen de bestaande begroting;
- indien dan nog een tekort zou bestaan een eenmalige verhoging van de provinciale belasting met maximaal €1 per auto per maand.
Tot Slot
Het CDA maakt bewuste keuzes en zoekt de samenwerking om dit te realiseren. Het CDA wil de schouders er met velen onder zetten: burgers, verenigingen, stichtingen, provinciale ambtenaren, bedrijven, samenwerkingsverbanden, maatschappelijke organisaties, gemeenten en politieke partijen. Het CDA wil samen werken aan een op de toekomst gerichte provincie Groningen.